logo - naam - diensten

adres

Levensverzekeringen - Kapitaal

Kapitaalverzekering Eigen Woning

Fiscaal gezien wordt een KEW anders behandeld dan een normale kapitaalverzekering. Daarom wordt deze apart behandeld. Van een KEW is spraken zolang: Er is gedurende 15 jaar (of tot eerder overlijden) premie betaald en de hoogste premie is niet mer dan 10 x hoger dan de laagste premie De in de verzekeringsovereenkomst genoemde woning eigendom is van u (als verzekeringnemer) of van uw partner In de polis is bepaalde dat de begunstigde de uitkering zal gebruiken voor het aflossen van schulden of het verbeteren van de woning Dat u premie betaald aan een verzekeringsmaatschappij De verzekering geeft recht op een eenmalige uitkering bij leven of bij eerder overlijden (of van uw partner)

Indien de verzekering niet meer aan één van bovenstaande eisen voldoet moet u belasting betalen over het rentebestanddeel in de waarde van de verzekering. Zolang de verzekering wel voldoet aan die hierboven genoemde eisen is deze vrijgesteld van belastingbetaling in box 1. Echter komt de verzekering tot uitkering dat is deze belast tegen het progressieve tarief van box 1.

De berekening van het interestbestanddeel gaat volgens de overschot- of ook wel saldomethode. U moet belasting betalen over het totale interestbestanddeel

Kapitaaluitkering minus som betaalde premies is interestbetandeel

Indien aan een aantal voorwaarden wordt voldaan is de KEW echter onbelast. De voorwaarden zijn:

  • De uitkering is niet hoger dan € 32.500 indien er 15 jaar premie is betaald óf niet hoger dan € 143.000 indien er 20 jaar premie is betaald. De bedragen zijn voor 2007 en zijn geïndexeerd.
  • De uitkering moeten dienen voor het aflossen van schulden
  • De premies moeten jaarlijks zijn betaald
  • De hoogste premie bedraagt niet meer dan het tienvoudige van de laagste

Voor gehuwden of geregistreerde partners kunnen de vrijstellingen bij elkaar opgeteld worden.

Indien u recht heeft op een vrijstelling (dat is dus wanneer u voldoet aan de hierboven gestelde voorwaarden) dan is er een andere berekening van het belaste rentebestanddeel. Die berekening is als volgt:

U – V / U x S

U= Totale uitkering
V= Vrijstelling
S= Saldo (uitkering minus betaalde premies)

Kapitaalverzekering

Box 3

Kapitaalverzekeringen met een uitkering bij leven en/of bij overlijden vallen in box 3. Er zijn drie uitzonderingen:

  • De kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning en het beleggingsrecht eigen woning vallen in box 1.
  • Kapitaalverzekeringen gesloten vóór 14 september 1999 vallen in box 3, maar er gelden speciale regels.
  • Begrafenisverzekeringen en uitvaartrekeningen zijn deels vrijgesteld in box 3.

Er gelden geen fiscale voorwaarden voor de kapitaalverzekering in box 3. Voor de waarde van het opgebouwde kapitaal boven het heffingvrije vermogen geldt de vermogensrendementsheffing.

Uitkering bij overlijden
Voor kapitaalverzekeringen die alleen uitkeren bij overlijden van de verzekerde is in box 3 een vrijstelling opgenomen. Bedraagt het verzekerde kapitaal, dan wel de fiscale waarde van de verzekering per verzekerde, niet meer dan € 6.859, dan is de verzekering helemaal vrijgesteld. Onder deze vrijstelling vallen ook de natura-uitvaartverzekeringen. Bij een risicoverzekering met een hogere fiscale waarde dan € 6.859 is de gehele waarde belast in box 3.

Uitvaartrekening
Vanaf 1 januari 2010 is het mogelijk om een uitvaartrekening te openen bij een bank. Dit is een geblokkeerde rekening waarop een tegoed voor de uitvaart kan worden gespaard. Het tegoed wordt uitsluitend gedeblokkeerd bij
het overlijden van een bij opening van de geblokkeerde rekening vast te stellen persoon. Dit kunnen de rekeninghouder, zijn partner of een bloed- of aanverwant zijn. Een tegoed lager dan € 6.859 is helemaal vrijgesteld in box 3.

Kapitaalverzekering, spaarrekening en beleggingsrecht eigen woning
Naast de kapitaalverzekering eigen woning (KEW) is het mogelijk om een spaarrekening eigen woning (SEW) een beleggingsrecht eigen woning (BEW) te openen. De SEW is een product bij een bank. De BEW is een product bij een beleggingsinstelling.
Vanaf 1 april 2013 vervalt de vrijstelling voor de KEW, de BEW en de SEW voor mensen die op 1 april 2013 niet een dergelijk product hadden. Als een KEW, een BEW of een SEW gesloten is voor 1 april 2013, dan valt deze onder het overgangsrecht. Voor deze producten blijven de regels van KEW gelden. In die gevallen mag de KEW, de BEW of de SEW na 1 april 2013 niet meer verhoogd worden, tenzij verhoging al in de overeenkomst is opgenomen.

Kapitaalverzekering eigen woning (verzekeringsproduct)
Voorwaarden
De kapitaalverzekering die voldoet aan de voorwaarden voor de kapitaalverzekering eigen woning valt in box 1.
Belangrijke voorwaarden voor de kapitaalverzekering eigen woning zijn:

  • Op de polis staat dat de uitkering dient ter aflossing van de eigenwoningschuld (zie ’Eigen woning’).
  • De overeengekomen minimale duur aaneengesloten premiebetaling is 15 jaar binnen een bandbreedte van 1:10.
  • De maximale looptijd is 30 jaar.
  • De verzekering geeft recht op een eenmalige uitkering bij leven of overlijden.
  • De verzekering is afgesloten bij een erkende verzekeraar. Wordt één van de voorwaarden overschreden, dan wordt de verzekering geacht tot uitkering te zijn gekomen. Dit heeft tot gevolg dat het rentebestanddeel wordt belast (zie ‘Berekening rentebestanddeel’) en dat de verzekering in box 3 valt.

Uitkering bij leven
Het rentebestanddeel in een kapitaalverzekering eigen woning is alleen onbelast als de uitkering wordt gebruikt ter aflossing van de eigenwoningschuld en de uitkering niet meer bedraagt dan:

  • € 157.000 bij minimaal 20 jaar aaneengesloten premiebetaling binnen de bandbreedte 1:10;
  • € 35.700 bij minimaal 15 jaar aaneengesloten premiebetaling binnen de bandbreedte 1:10. 

Deze vrijstellingsbedragen zijn niet cumulatief. De 20-jaarsvrijstelling wordt verminderd met het bedrag dat bij de 15-jaarsvrijstelling is verbruikt. 

Beide vrijstellingen worden verminderd met:

  • eerdere uitkeringen van een kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning of een beleggingsrecht eigen woning;
  • vrijgestelde uitkeringen uit de Brede herwaarderingsperiode (verzekeringen gesloten tussen 1 januari 1992 en 1 januari 2001).

De genoemde bedragen gelden per persoon. Als gehuwden, geregistreerd partners of ongehuwd samenwonenden beiden gerechtigd zijn tot de uitkering uit de verzekering, dan mag de vrijstelling tweemaal worden gebruikt. Beide partners zijn gerechtigd als ze allebei verzekeringnemer zijn of als de partner/niet-verzekeringnemer als medebegunstigde op de polis is aangetekend.

5 Kerncijfers 2013
Bij inpandgeving kan de pandnemer als eerste begunstigde zijn opgenomen. Voldoende is dan dat de beide partners gezamenlijk als tweede begunstigde zijn opgenomen. Van het bedrag waarmee de uitkering de vrijstelling overtreft, is het rentebestanddeel belast overeenkomstig de saldomethode (zie ‘Berekening rentebestanddeel’). De looptijd van een kapitaalverzekering eigen woning mag maximaal 30 jaar zijn, gerekend vanaf de ingangsdatum
van de verzekering. Bij een fiscale voortzetting geldt de ingangsdatum van de oorspronkelijke verzekering. Wordt deze termijn overschreden zonder de eigenwoningschuld af te lossen, dan wordt de verzekering geacht tot uitkering
te zijn gekomen. Het rentebestanddeel wordt dan belast in box 1. Vervolgens valt de verzekering in box 3.

Uitkering bij overlijden
Bij overlijden geldt eveneens een vrijstelling van € 157.000. Aan de premiebetalingseisen is geen minimale duur verbonden, zoals bij leven. De vrijstelling geldt per belastingplichtige. Bij een uitkering wegens het overlijden van de fiscale partner wordt de vrijstelling van de langstlevende verhoogd met maximaal de vrijstelling van de overleden partner. Als de begunstigde geen partner is van de overledene, geldt voor de begunstigde de vrijstelling van de
overledene.

Spaarrekening en beleggingsrecht eigen woning
(bankproduct)

Voorwaarden

Bankrekeningen die voldoen aan de voorwaarden voor de spaarrekening eigen woning, en beleggingsrechten die voldoen aan de voorwaarden van het beleggingsrecht eigen woning, vallen in box 1. Belangrijke voorwaarden voor de spaarrekening en het beleggingsrecht eigen woning zijn:

  • In de overeenkomst staat dat de uitkering dient ter aflossing van de eigenwoningschuld (zie ’Eigen woning’).
  • Er wordt minimaal 15 jaar aaneengesloten een bedrag overgemaakt op de rekening binnen een bandbreedte van 1:10. 
  • De maximale duur is 30 jaar.
  • De overeenkomst geeft recht op een eenmalige deblokkering bij leven of overlijden.
  • De spaarrekening is geopend bij een erkende bank, een beleggingsrecht wordt aangehouden bij een beleggingsinstelling.

Wordt één van de voorwaarden geschonden, dan wordt de rekening geacht te zijn gedeblokkeerd. Dit heeft tot gevolg dat het behaalde rendement volgens de saldomethode wordt belast. Vervolgens valt de rekening in box 3.

Saldomethode banksparen

R = U - V * S
U
R = Belast deel rendement
U = Tegoed op de rekening
V = De van toepassing zijnde vrijstelling
S = Tegoed minus overgemaakte bedragen

Uitkering bij leven
Het rendement op een spaarrekening eigen woning of beleggingsrecht eigen woning is alleen onbelast als de uitkering wordt gebruikt ter aflossing van de eigenwoningschuld en de uitkering niet meer bedraagt dan:

  • € 157.000 als gedurende een minimale duur van 20 jaar aaneengesloten, binnen de bandbreedte 1:10 jaarlijks bedragen zijn overgemaakt;
  • € 35.700 als gedurende een minimale duur van 15 jaar aaneengesloten, binnen de bandbreedte 1:10 jaarlijks bedragen zijn overgemaakt.

Deze vrijstellingsbedragen zijn niet cumulatief. De 20-jaarsvrijstelling wordt verminderd met het bedrag dat bij de 15-jaarsvrijstelling is verbruikt.
Beide vrijstellingen worden verminderd met:

  • eerdere uitkeringen van een kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning of een beleggingsrecht eigen woning;
  • vrijgestelde uitkeringen uit de Brede herwaarderingsperiode (verzekeringen gesloten tussen 1 januari 1992 en 1 januari 2001).

De genoemde bedragen gelden per persoon. Als gehuwden, geregistreerd partners of ongehuwd samenwonenden beiden recht hebben op het tegoed op de rekening, mag de vrijstelling tweemaal worden gebruikt. Voldoende is dan dat de beide partners gezamenlijk rekeninghouder zijn. Van het bedrag waarmee de uitkering de vrijstelling overtreft, is het rendement belast overeenkomstig de saldomethode. De duur van een spaarrekening of beleggingsrecht eigen woning is maximaal 30 jaar, gerekend vanaf de eerste storting op de rekening. Bij een fiscale voortzetting geldt de ingangsdatum van de oorspronkelijke rekening. Wordt deze termijn overschreden zonder de eigenwoningschuld af te lossen, dan wordt de rekening geacht fictief te zijn gedeblokkeerd. Dit heeft tot gevolg dat het rendement wordt belast in box 1. De rekening wordt vervolgens in box 3 geplaatst.

6 Kerncijfers 2013

Uitkering bij overlijden
Bij overlijden geldt eveneens een vrijstelling van € 157.000. Aan de betalingseisen is geen minimale duur verbonden, zoals bij een uitkering bij leven. De vrijstelling geldt per belastingplichtige. Bij een deblokkering wegens het
overlijden van de fiscale partner wordt de vrijstelling van de langstlevende verhoogd met maximaal de vrijstelling van de overleden partner. De langstlevende moet de rekening dan wel voortzetten als een spaarrekening of beleggingsrecht eigen woning.

Kapitaalverzekering gesloten tussen 1 januari 1992 en 1 januari 2001 (Brede herwaardering)

Box 3 vrijstelling tijdens looptijd
De waarde van kapitaalverzekeringen die zijn gesloten tussen 1 januari 1992 en 14 september 1999 is in box 3 vrijgesteld tot een bedrag van € 123.428 per belastingplichtige. Dit is een extra vrijstelling boven de
algemene vrijstelling in box 3. Fiscale partners kunnen jaarlijks in de aangifte verzoeken de vrijstelling aan elkaar over te dragen. Als de waarde van de verzekering de extra vrijstelling overschrijdt, wordt het meerdere belast in box 3.

De vrijstelling gaat verloren als na 14 september 1999:

  • de duur van de verzekering wordt verlengd;
  • het verzekerd kapitaal wordt verhoogd. Bij beleggingsverzekeringen waarbij geen sprake is van een verzekerd kapitaal, mag de premie niet stijgen. Verhoging mag wel op basis van normale en gebruikelijke optievoorwaarden, mits die voorwaarden reeds op 14 september 1999 deel uitmaakten van de verzekering. Gaat de extra vrijstelling verloren, dan wordt vanaf dat moment de volledige waarde van de verzekering jaarlijks belast in box 3. Voor polissen afgesloten na 14 september 1999 geldt in box 3 geen extra vrijstelling.

Uitkering bij leven
Het rentebestanddeel in de uitkering uit de kapitaalverzekering bij leven wordt belast in box 1. De uitkering is echter vrijgesteld als voldaan is aan de volgende voorwaarden:

  • een vrijstelling van € 28.134 bij minimaal 15 jaar aaneengesloten premiebetaling binnen de bandbreedte 1:10;
  • een vrijstelling van € 95.294 bij minimaal 20 jaar aaneengesloten premiebetaling binnen de bandbreedte 1:10.

De vrijstellingen kunnen in dit geval bij elkaar worden opgeteld tot € 123.428.

Deze vrijstellingen worden verminderd met:

  • eerdere uitkeringen van een kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning of een beleggingsrecht eigen woning;
  • vrijgestelde uitkeringen uit de Brede herwaarderingsperiode (verzekeringen gesloten tussen 1 januari 1992 en 1 januari 2001).

Als bij expiratie niet voldaan is aan de voorwaarden, wordt het rentebestanddeel belast in box 1 (zie ‘Berekening belast rentebestanddeel’). De verzekeraar doet in beide gevallen opgaaf aan de Belastingdienst.
Bij tussentijdse uitkeringen vóórdat aan de voorwaarden voor een vrijstelling is voldaan, bijvoorbeeld wegens gedeeltelijke afkoop, komt de vrijstelling voor de toekomst te vervallen. Iedere belastingplichtige kan gedurende zijn
leven maximaal het totaal van de vrijstellingen belastingvrij ontvangen. Voor gehuwden, geregistreerde partners of ongehuwd samenwonenden geldt tweemaal de vrijstelling, mits beide partners recht hebben op de uitkering.

Als tijdens de looptijd de waarde van de verzekering meer bedraagt dan de extra vrijstelling in box 3, dan is het meerdere belast vermogen. Voor het belast vermogen boven het heffingvrije vermogen geldt de vermogensrendementsheffing.

Bij de berekening van de belastingheffing in box 1 over de uitkering gelden bijzondere bepalingen:

  • Als de waarde van een kapitaalverzekering op 31 december 2000 hoger is dan € 123.428, moet op de expiratiedatum of bij afkoop over het rentebestanddeel op 31 december 2000 alsnog in box 1 worden afgerekend.
  • Als tijdens de looptijd de waarde van de verzekering de vrijstelling in box 3 overschrijdt, wordt de uitkering in box 1 gesteld op € 123.428 per belastingplichtige, de premies worden gesteld op de som van de betaalde premies ten tijde van het bereiken van de waarde van € 123.428.
  • Als tijdens de looptijd de extra vrijstelling in box 3 verloren is gegaan, wordt bij expiratie evengoed getoetst of aan de voorwaarden van het regime Brede herwaardering is voldaan. Het rentebestanddeel wordt gesteld op het rentebestanddeel ten tijde van het verliezen van de extra vrijstelling in box 3.
  • Als de kapitaalverzekering is afgesloten tussen 14 september 1999 en 1 januari 2001 is de extra vrijstelling in box 3 niet van toepassing. Bij expiratie wordt ter zake van het op 31 december 2000 in de verzekering aanwezige rentebestanddeel getoetst of is voldaan aan de voorwaarden van het regime Brede herwaardering.

De kans is echter klein dat binnen deze verzekering sprake is van een belast rentebestanddeel op 31 december 2000.

7 Kerncijfers 2013

Uitkering bij overlijden
De uitkering bij overlijden is belastingvrij bij:

  • overlijden voor de 72e verjaardag; 
  • overlijden na de 72e verjaardag, mits minstens 15 jaar aaneengesloten premie is betaald binnen de bandbreedte 1:10, of uitsluitend een kapitaal bij overlijden is verzekerd en er in totaal niet meer dan € 5.627 wordt uitgekeerd. Valt de uitkering bij overlijden na de 72e verjaardag binnen de vrijstellingen, dan is het rentebestanddeel vrijgesteld. Valt de uitkering buiten deze vrijstellingen, dan is het hele rentebestanddeel belast in box 1 en is de verzekeraar verplicht tot opgaaf aan de Belastingdienst.

Kapitaalverzekering oud-regime (pre-Brede herwaardering, gesloten voor 1 januari 1992)

Box 3 vrijstelling tijdens looptijd
De waarde van de kapitaalverzekering oud-regime is vrijgesteld in box 3 tot een waarde van € 123.428 per belastingplichtige. Dit is een extra vrijstelling boven de algemene vrijstelling in box 3. Als de waarde van de verzekering de extra vrijstelling overschrijdt, wordt het meerdere belast in box 3. 

De vrijstelling gaat verloren als na 14 september 1999:

  • de duur van de verzekering wordt verlengd;
  • het verzekerd kapitaal wordt verhoogd. Bij beleggingsverzekeringen waarbij geen sprake is van een verzekerd kapitaal, mag de premie niet stijgen. Verhoging mag wel op basis van normale en gebruikelijke optievoorwaarden, mits die voorwaarden reeds op 14 september 1999 deel uitmaakten van de verzekering. Gaat de extra vrijstelling verloren, dan wordt vanaf dat moment de volledige waarde van de verzekering jaarlijks belast in box 3.

Uitkering bij leven
De uitkering bij leven is vrijgesteld als minimaal 12 jaar aaneengesloten premies zijn betaald. De vrijstelling geldt alleen als de hoogste premie niet meer bedraagt dan:

  • het vijfvoud van de laagste premie (bandbreedte 1:5) bij een verstreken looptijd tot en met 15 jaar;
  • het tienvoud van de laagste premie (bandbreedte 1:10) bij een verstreken looptijd van 16 tot en met 20 jaar;
  • het vijftienvoud van de laagste premie (bandbreedte 1:15) bij een verstreken looptijd van 21 tot en met 30 jaar;
  • het twintigvoud van de laagste premie (bandbreedte 1:20) bij een verstreken looptijd van meer dan 30 jaar.

Ook als de uitkering is vrijgesteld, doet de verzekeraar toch een opgaaf aan de Belastingdienst. Als bij expiratie niet is voldaan aan bovengenoemde voorwaarden, dan wordt het hele rentebestanddeel belast in box 1 en is de verzekeraar verplicht tot een opgaaf aan de Belastingdienst. Tijdens de looptijd kan de extra vrijstelling in box 3 verloren zijn gegaan. Bij expiratie wordt getoetst of aan de voorwaarden van het pre-Brede herwaarderingsregime is
voldaan.

Uitkering bij overlijden
De uitkering bij overlijden is belastingvrij bij:

  • overlijden voor de 72e verjaardag;
  • overlijden na de 72e verjaardag, mits 12 jaar premie is betaald;
  • overlijden na de 72e verjaardag, mits er uitsluitend een kapitaal bij overlijden is verzekerd en in totaal niet meer dan € 2.269 wordt uitgekeerd. Valt de uitkering bij overlijden na de 72e verjaardag binnen de vrijstellingen, dan het is rentebestanddeel vrijgesteld. De verzekeraar doet dan geen opgaaf aan de Belastingdienst.

Valt de uitkering buiten deze vrijstellingen, dan is het hele rentebestanddeel belast in box 1 en is de verzekeraar verplicht tot opgaaf aan de Belastingdienst.

Berekening belast rentebestanddeel (saldomethode)

Het rentebestanddeel uit een kapitaalverzekering wordt
belast overeenkomstig de saldomethode.

Saldomethode kapitaalverzekering

R = U - V * S
U
R = Belast deel rendement
U = Uitkering inclusief winst
V = De van toepassing zijnde vrijstelling
S = Uitkering minus betaalde premies
3:1-eis

Bij het bepalen van het rentebestanddeel mag de premie voor het levengedeelte als premie worden beschouwd. Dat geldt ook voor de op dezelfde polis betaalde premies voor
andere uitkeringen, zoals onder meer:

  • de premie voor het overlijdensgedeelte;
  • vrijstelling van premiebetaling bij arbeidsongeschiktheid;
  • uitkeringen bij overlijden door een ongeval.

Gaat het om een uitkering bij leven, dan mag de verzekerde uitkering bij overlijden of arbeidsongeschiktheid maximaal gelijk zijn aan drie keer de verzekerde uitkering bij leven (3:1). Gaat het om een uitkering bij overlijden, dan mag de verzekerde uitkering bij overlijden maximaal gelijk zijn aan drie keer de verzekerde uitkering bij leven (3:1).

 

Text Size